| Nieuws   | Club   | Seizoen   | Staff   | Geschiedenis   | Contact
| Ticketinfo   | Stadion   | Spelerskern   | Commercieel   | Beeld   | Links
 
 
 
 
Za, 14 januari 2012 < terug

Neuville of Emile Stijnen?

Onze clubhistoricus Karl Böhrer dook in zijn archieven en diepte enkele anekdotes over het voetbal in Charleroi op. Hij vertelt ons over het Stade de la Neuville en de club die er oorspronkelijk speelde: Olympic Charleroi.


Zondag trekt het geelzwarte legioen naar Charleroi, de stad die Wannes Van de Velde bezong als een zochte minares meh waerm aende, vörwaar gin paradijs, mor een plöts meh duzend kleure oek al zegge ze z’is grijs...


Olympic Charleroi - Berchem Sport omstreeks 1950. Kopbal Broer Van de Ven.

Dat FC Charleroi zijn thuiswedstrijden mag spelen in het Stade de la Neuville, het stadion van Olympic, was u wellicht niet ontgaan. Neuville ligt in een grauwe volksbuurt in Montignies-sur-Sambre, op amper 200 meter vogelvlucht van Mambourg - sinds 1999 het Stade du Pays de Charleroi - thuishaven van Sporting Charleroi. Ondanks meerdere naamsveranderingen in de loop der tijden (Olympic Club Caroloregian Lodelinsart, Olympic Club de Charleroi, Royal Olympic Club de Montignies-sur-Sambre, Royal Olympic Club de Charleroi-Marchienne) zijn de Doggen (op de foto rechts scorend tegen Berchem Sport, omstreeks 1950) sinds hun oprichting hun oorspronkelijke terrein steeds trouw gebleven. Wat van onze tegenstander van zondag, FC Charleroi, niet meteen gezegd kan worden. Nog voor de officiële stichting in 1911 werd er op Neuville al een eerste houten tribune opgetrokken. Pas toen Olympic in 1936 naar bevordering steeg kreeg het terrein echte stadion-allures. Er werd een overdekte staantribune gebouwd van 60 meter lang en achttien trappen hoog, die plaats bood aan 3.000 supporters. Een jaar later werd de houten zittribune vervangen door de huidige met 1.600 zit- en 5.000 staanplaatsen. Terzelfdertijd werd de staantribune aan de overkant tot 90 meter verlengd en werden ook achter de doelen staanplaatsen gebouwd. Eind jaren ’60 koesterde Olympic grootse ambities. Het zou de grootste club van het land worden en er werden plannen uitgetekend om het stadion uit te breiden tot een capaciteit van 50.000 plaatsen. Van die plannen kwam - u raadt het al - niets terecht. In 1989 werd in de hoofdtribune wel nog een business seatscomplex gebouwd, waardoor er amper zeven rijen met zitjes overbleven.

Maar wist u ook dat het stadion ooit een tijdlang de naam Stade Emile Stijnen droeg? Naar de gewezen Berchem-aanvoerder die Olympic in de tweede helft van de jaren 1930 van derde naar eerste klasse loodste. Wat ons betreft alvast een gunstig voorteken.

De voetbalbanden tussen Charleroi en Antwerpen waren ooit zelfs zeer innig. Telkens betrof het Antwerps talent dat in de hoofdstad van het Zwarte Land het mooie weer hielp maken.


"Flaminpic" Charleroi, en bijeen gekochte ploeg die bijna volledig uit Vlaamse (Antwerpse) huurlingen bestond. Onder hen ook vier Berchem-internationals, waaronder van Brandt (staande 2de van links) en Verboven (staande 4de van links). Een chromo van de Chocolats Ruelle uit de tweede helft van de jaren 1930.

Toen in 1935 met het Statuut van den Onafhankelijken Speler de voetbalmarkt werd opengesteld was het bescheiden Olympic Charleroi één van de eerste die zich deed gelden. Haar voorzitter, Dokter Gianolla, stond nochtans bekend als een verwoed voorstander van streekgebonden voetbalclubs. Maar toen zijn voorstel om alle ploegen te verplichten minstens zeven spelers uit de eigen jeugdrangen op te stellen geen gehoor vond bij de bondsinstanties, gooide hij het roer helemaal om. De ambitiueze Gianolla begon in Vlaanderen een ploeg bijeen te kopen waarbij kosten noch moeite werden gespaard.


Drie van de vier Berchemse internationals die in 1935 naar Olympic Charleroi vertrokken: Louis Verboven, Warre Van brandt en Miel Stijnen, die zijn bijnaam "Grote Miel" duidelijk niet gestolen had. Stan Joacim, de vierde, ontbreekt op de foto.

Zijn spelers vond hij vooral in het Antwerpse, bij Antwerp, Lierse en Club Mechelen. Maar zijn grootste slag sloeg hij bij Berchem Sport, waar hij met Miel Stijnen, Warre Van Brandt, Stan Joacim en Louis Verboven meteen vier internationals wegkaapte. In de nieuwe zwart-witte ploeg speelde nog slechts één Waal. Het Vlaamse vreemdelingenlegioen kreeg dan ook spoedig een andere naam: in plaats van Olympic werd het Flaminpic...


Emiel Stijnen als aanvoerder van Olympic Charleroi aan de toss van een Karolingse derby, tweede helft jaren 1930. Naast hem een andere grote Antwerpse mijnheer, scheidsrechter John Langenus.

De Flamins werden uitzonderlijk goed betaald en kregen bovendien nooit eerder geziene faciliteiten. Zo trainden de Antwerpenaren tijdens de week gewoon in Antwerpen. Berchem-voorzitter Hellings had hen zelfs aangeboden om op het Rooi te komen trainen.
Het bijeengebrachte elftal was, niet verwonderlijk, de meest homogene en best voetballende ploeg in bevordering. Alleen stadsgenoot Sporting bood hardnekkig weerstand. De twee Karolingse clubs eindigden op een gedeelde eerste plaats en speelden op 24 april 1936 een testmatch om de titel. Miel Stijnen besliste de strijd in het voordeel van Olympic met een doelpunt in de 87ste minuut. Als dank herdoopten de Doggen hun stadion prompt naar hun Antwerpse aanvoerder.

Vanuit bevordering stootte Olympic in één ruk door naar ere-afdeling. Samen met Stijnen (rechts op een spotprent uit de jaren 1930), die al snel zijn rechterhand werd, bleef Dr. Gianolla de Vlaamse velden afschuimen op zoek naar talent. Een nieuwe lading Vlaamse voetballers verhuisde naar het Zwarte Land. De bekendsten onder hen: Goossens van FC Wilrijk (de oom van Berchem-doelman Tony Goossens) en de drie gebroeders De Deken van Antwerp.

Olympic beleefde een zorgeloze tijd in de ere-afdeling. In 1947 werd het zelfs vice-kampioen op amper twee punten van Anderlecht, hoewel het er lange tijd naar uit had gezien dat de Carolo’s het pleit in hun voordeel zouden beslechten. Doch in de slotfase van de competitive bleken de Brusselaars een maat te sterk. Kwatongen beweerden dat de spelers van Olympic bewust punten te grabbel zouden hebben gegooid om zo hun voorzitter aan te zetten tot het toekennen van hogere winstpremies…
In 1955 werd de agressieve transferpolitiek waarmee Gianolla zijn club groot had gemaakt helemaal noodlottig. Een uit de hand gelopen vete met stadsgenoot Sporting kostte Olympic alle punten en een degradatie naar tweede. Maar ook na Dr. Gianolla bleven les Dogues de voorkeur geven aan Antwerps talent. In de jaren ’60 zorgden Rik Coppens (beerschot), Stan De Backker, Bob Maertens en Louis Verbruggen (Antwerp) in de nadagen van hun carrière voor het voetbalplezier in het Stade Emile Stijnen. Maar ook op de loonlijst van buur Sporting vinden we met Fons Op de Becq en natuurlijk Eric van Meir (foto links) enkele namen terug die Berchem-supporters zeker nog vertrouwd in de oren klinken.

   
 
 
Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army
Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army Yells Army
© 2006-2010 - K. Berchem Sport 2004 vzw - Alle rechten voorbehouden | Disclaimer | Webteam: webteam@berchem-sport.com